- Home
- Opinie: Waarom we jongeren niet helpen door alles ‘zorg’ te noemen
Opinie: Waarom we jongeren niet helpen door alles ‘zorg’ te noemen
In de Volkskrant verscheen onlangs een opiniestuk dat precies de vinger legt op een spanning die ook in Vlaanderen sterk leeft. Psycholoog Dominique Warmerdam en gezondheidswetenschapper Ellen Wolters stellen een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag: helpen we jongeren eigenlijk wel door alles 'zorg' te noemen?

De analyse van psycholoog Dominique Warmerdam en gezondheidswetenschapper Ellen Wolters toont dat Nederland met exact dezelfde uitdaging kampt als wij: stijgende zorgvragen op school, krimpende middelen, en een samenleving die steeds vaker normale menselijke worstelingen als zorgprobleem bestempelt. De kern van hun betoog? Niet méér doorverwijzen, maar investeren in mentale vaardigheden, verbinding en het normaliseren van wat bij het leven hoort. Een pleidooi dat ook in onze Vlaamse context bijzonder relevant is.
Structureel geld voor zorg op school is noodzakelijk. Maar zonder heldere visie riskeren we dat we zorg organiseren voor problemen waarop zorg niet het antwoord is.
Onlangs riep Henk Hagoort van de VO-raad terecht op tot structurele financiering van zorg op school. De zorgvraag van leerlingen stijgt al jaren, terwijl de middelen afnemen. Hagoort benadrukte dat scholen geen zorginstelling zijn, dat samenwerking met jeugdzorg en gemeenten nodig is en dat tijdelijke subsidies plaats moeten maken voor structurele oplossingen.
Die oproep is begrijpelijk en noodzakelijk. De vraag is alleen: welke structurele oplossingen zoeken we? Investeren we vooral in meer zorgprofessionals in en om de school, of in manieren die de druk op zorg kunnen verlagen? Zonder heldere keuze dreigt geld te verdwijnen in misverstanden.
Aan dit vraagstuk ligt een fundamenteel dilemma ten grondslag. Aan de ene kant wordt mentale problematiek bij jongeren nog steeds te laat herkend. Aan de andere kant zien we dat steeds meer vragen worden opgevat als zorgvragen, terwijl het gaat om gewone menselijke problemen waarvan je je kunt afvragen of ze thuishoren in de zorg.
Als samenleving missen we de vaardigheid om goed te onderscheiden wat bij het leven hoort en wat vraagt om specialistische hulp. En juist jongeren lopen daar tegenaan. In een wereld waarin therapietaal is doorgedrongen tot het dagelijks leven, worden normale reacties op druk en onzekerheid al snel geïnterpreteerd als zorgvraag.
Begrippen als ‘trauma’ en ‘toxisch’ worden gemakkelijk gebruikt. Tegelijkertijd voelen veel docenten ongemak bij emoties en mentale spanning, waardoor doorverwijzen soms een oplossing wordt voor dat ongemak. Ondersteuningscoördinatoren op scholen herkennen dit spanningsveld. Zij geven aan dat complexe zorgvragen daadwerkelijk zijn toegenomen, maar zien ook veel jongeren die geen individuele zorg nodig hebben.
Over de publicatie
Dit opiniestuk verscheen op 28 januari in de Volkskrant. Het originele artikel is te lezen via deze link.
Ontwikkelvraag
Ook wij spreken dagelijks jongeren die worstelen met spanning, faalangst of onzekerheid. Zij delen een duidelijke wens: ze willen zowel ‘normaal’ gevonden worden, als serieus genomen worden in wat ze voelen. Deze jongeren zouden geholpen zijn als we collectief investeren in vaardigheden die hun draagkracht vergroten, zodat ze beter leren omgaan met stress en tegenslagen. Tegelijkertijd leren ze dan dat spanning en onzekerheid bij het leven horen, en dat er niets mis met hen is als ze dat ervaren. Geen zorgvraag dus, maar een ontwikkelvraag.
Dit beeld wordt bevestigd door psychologen in de jeugdzorg en ggz. Zij besteden een groot deel van hun tijd aan het uitleggen van dezelfde basisprincipes over stress, coping en draagkracht. Terwijl hun specialistische expertise juist nodig is voor jongeren met complexe zorgvragen en trauma.
De kern van de uitdaging rond mentale gezondheid in het onderwijs ligt daarom niet in meer doorverwijzen, maar in het versterken van mentale vaardigheden, verbinding en het normaliseren van normaal menselijke vraagstukken. Mentale vaardigheden verdienen een structurele plek in school, bijvoorbeeld in het mentoraat of in een apart vak. Zonder therapie en zonder jongeren het gevoel te geven dat er iets mis met hen is, maar juist omdat mentale gezondheid iets is wat iedereen moet leren onderhouden.
Heldere visie
Structureel investeren in mentale gezondheid vraagt daarom meer dan geld alleen. Het vraagt om een heldere visie en een andere manier van kijken en handelen. Niet alles willen oplossen of medicaliseren, maar investeren in goed onderwijs, in vaardigheden om met ongemak en emoties om te gaan, en in het blijvende gesprek over het grijze gebied tussen zorg en onderwijs.
Zolang we niet beter werken aan mentale vaardigheden en weten wanneer doorverwijzen nodig is en wanneer niet, zal geen enkel structureel budget voldoende zijn.