- Home
- Hoe bouw je een Warme Wijk?
Hoe bouw je een Warme Wijk?
Een warme wijk leeft door haar mensen. Dat zagen we met eigen ogen in de Kroonmolenwijk in Sint-Niklaas. Tijdens wijkfestival Bureluren spraken we met bewoners over het participatieproject Kroonmolen aan Zet. Van alleen-leving naar samenleving? Dat doe je zo.

Kroonmolen aan Zet toont hoe luisteren werkt
“Of we onze fiets graag willen laten pimpen?” Dat is het eerste wat we horen bij aankomst op het Westerplein. Het is een van de leuke activiteiten tijdens Bureluren, het feest dat mogelijk werd dankzij Kroonmolen aan Zet. Seppe Van Bogaert, projectverantwoordelijke van de stad Sint-Niklaas, gidst ons vandaag door de wijk. We zijn benieuwd, want dit project helpt ons bij Warm Vlaanderen inzicht te krijgen in hoe we in 2026 een lerend netwerk rond Warme Wijken kunnen organiseren. Leren van elkaar om het daarna verder te kunnen ontwikkelen.
“De stad treedt in dit traject op als facilitator, niet als actor”, vertelt Seppe over Kroonmolen aan Zet. “In 2022 wilden we de leefbaarheid verbeteren door te vertrekken van wat in de buurt leeft. Daarnaast brachten we partners samen voor een structurele samenwerking zoals het buurthuis, het opvangcentrum VLOS en Zigzag, een huis voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.”
Seppe Van BogaertSeppe Van Bogaert“Als stad zijn we geneigd om te plannen. In dit traject leerden we dat je beter vertrekt van wat zich aandient, welke problemen het dringendst zijn. Door per project te kijken wie iets kan bijdragen, groeide de samenwerking vanzelf.”
Een van die partners is de Broederschool. Aan humanioradirecteur Kristof de Lange vragen we waarom net in deze wijk zo’n intensief participatietraject loopt. “De broeders Hiëronymus, die onze school ooit hebben opgestart, kwamen in 1839 naar hier omdat dit de armste wijk van de stad was. Vandaag wonen er nog altijd veel kwetsbare mensen, daar kan je niet omheen.”
Julie DaelmanLuisterende oren vangen veel noden
We wandelen met Seppe door de wijk. In de Rolliersstraat verrijzen trampolines, in een tent worden verhalen voorgelezen, in de Samentuin knutselen kinderen. Julie Daelman van Vrije Ateliers, een partnerorganisatie van de stad in samenwerking met Jos vzw, begeleidt de groep: “Op dit moment maken we trekpoppen en piñata’s, deze namiddag doen we een theaterworkshop. Activiteiten als Bureluren brengen ons dicht bij de mensen. Ouders en kinderen leren ons kennen, en vinden zo ook later de weg naar andere activiteiten.”
Julie Daelman“Door wijkgericht te werken verlaag je drempels. Mensen komen eerst voor iets leuks, maar ontdekken zo ook andere vormen van ondersteuning.”
We merken hoe Seppe hier door iedereen hartelijk wordt begroet. Hij is een vertrouwd gezicht in de wijk. “Alles begon hier met luisteren, zo leer je mensen kennen”, vertelt Seppe over de begindagen van het project. “Met Kroonmolen Luistert vroegen we bewoners wat zij belangrijk vonden. Ik kon niet overal aanbellen, dus hebben we vrijwilligers – buurtbewoners én partners – opgeleid tot Luisterend Oor. Hun opdracht: inwoners bevragen, niet ondervragen.”
Christine was zo’n Luisterend Oor. “Samen met andere vrijwilligers werd ik door ‘Voices That Count’ opgeleid. Nadien gingen we op pad in de wijk. Bij elk interview vroegen we eerst naar naar een anekdote die weerspiegelt hoe de inwoner zich voelt in de wijk en bespraken daarna verschillende onderwerpen. Zo groeiden de krachtlijnen voor Kroonmolen aan Zet.” Uit de gesprekken bleek één thema bovenaan te staan: ‘verbinding en ontmoeting’. Daarna volgden ‘meer groen’, ‘minder verkeer’ en ‘betere ondersteuning’. Die vier pijlers zouden de rode draad van het hele traject vormen.
Wijkbudget zet dingen in beweging
Na de bevraging kwam er een wijkpanel waarin bewoners meebeslisten over de prioriteiten. Hedwig herinnert zich de start: “We kwamen samen met Seppe om te bespreken wat echt nodig was in de wijk. Zo bepaalden we samen de richting.” Luisteren en samenkomen is mooi, maar Kroonmolen aan Zet slaagde erin om daarin niet te blijven hangen. Seppe: “Met het wijkbudget zorgde de stad voor een incentive. Belangrijk, want mensen zijn concreet ingesteld. Die 100.000 euro gaf mensen goesting om initiatief te nemen en projecten voor te stellen.”
Seppe Van Bogaert“Een wijkbudget maakt maatschappelijke doelen tastbaar. Mensen zien wat hun inzet oplevert en werken samen naar iets zichtbaars toe. Kijk maar naar de Proef-plekken of het wijkfeest Bureluren.”
Hedwig: “Zo’n grote som legt wel wat druk, want je moet keuzes maken. Gelukkig hield Seppe ons bij de afgesproken doelstellingen.” Het geld werd verdeeld over drie projecten: ‘Proef-plekken’, dat zijn drie groene verplaatsbare rustpunten met banken, ‘Veilige en Groene Kroonmolenwijk’ met onder meer geveltuintjes, boombakken en fietsnietjes. En ‘Bureluren’, het buurtfestival dat de resultaten zichtbaar maakt.
Bureluren-vrijwilligers aan het werk.Proeven en feesten
In de refter van de Broederschool gonst het van bedrijvigheid. Een vijftal enthousiastelingen met Bureluren-T-shirts zet tussen de ballonnen en partytafels alles klaar voor het slotfeest. Linde, tien jaar wijkbewoonster: “Ook al zijn we leken in het organiseren, als je zo’n budget krijgt, moet je die kans grijpen. We wilden meer dan een feestje, we wilden iets dat samenhorigheid toont.” Collega Nadia vult aan: “Iedereen laat tijdens Bureluren zien waar ze drie jaar aan gewerkt hebben. In de projectgroepen zijn vriendschappen ontstaan; vandaag smelt alles samen.”
Seppe glimlacht: “Vroeger organiseerde de stad alles ‘wijkgericht’ zelf. Bureluren toont dat ‘wijkgestuurd’ werkt. Vanochtend wist ik: in die straat gebeurt dit, op die plek dat … Het komt van de wijk en haar partners zelf. Eigenaarschap werkt.”
Seppe Van Bogaert“Een buurtfeest lijkt misschien iets klein, maar het creëert verbinding. Ik heb hier gezien wat dat betekent voor de wijk: hoe bewoners elkaar vonden door projecten uit te werken.”
Luc was een van de bezielers van het project Proef-plekken. Hij toont ons drie van zo’n accommodaties. Uiteindelijk gaan we zitten op de houten banken aan het OverKophuis, een ontmoetingsplek voor jongeren van 12 tot 25 jaar. “Voor jongeren is deze plek ideaal, vlak bij bib en scholen. Maar we zijn er ons van bewust dat het initiatief nog moet groeien. In de Aerschotstraat reageerden ze bijvoorbeeld eerder sceptisch door de inname van parkeerplaatsen. De wijk is groot … Alleen als buurtbewoners de Proef-plekken omarmen, zal dit project slagen.”
Groene vingers ontmoeten elkaar
En wat met die andere noden, veiligheid en groen? Het groen in de wijk aan gevels en muren is voorzien, maar moet nog groeien. De Samentuin staat wel al in bloei. Elise Schaumont, duurzaamheidscoach bij de stad: “Ik zocht twee jaar geleden een plek voor een schoolmoestuin. Collega Seppe wees me op dit terrein, en plots ging het snel. Leerlingen hielpen bij de aanleg, er kwam een krijtbord voor buitenklassen, maar de kracht zit in het team buurtbewoners dat de tuin onderhoudt.”
Elise Schaumont en Seppe Van Bogaert“De Samentuin bewees voor mij dat je als lokaal bestuur niet mag blijven hangen in procedures. Als facilitator zette de stad een initiatief op poten, maar de wijkbewoners namen over en rolden een eigen dynamiek uit.”
En zo drinken we tijdens ons bezoek een warme kop soep met groenten, geplant door scholieren en geteeld door de groene vingers uit de wijk. Door Hilde bijvoorbeeld: “Veel omwonenden hebben enkel een koertje, deze tuin geeft ons zuurstof. We kregen een opleiding via de stad, maar leren vooral van elkaar. Op dinsdag komen we samen. De taalbarrière houdt sommigen nog tegen, maar we proberen iedereen te betrekken.”
Seppe vult aan: “De Samentuin toont hoe ‘uitdaging’, ‘opportuniteit’ en ‘trekker’ samenkomen. Een verwaarloosde plek werd een ontmoetingsruimte. Iets gelijkaardigs gebeurde met de buurtconciërge: het idee om elkaar te helpen kreeg vorm toen bleek dat de Eerstelijnszone Waasland, een van de partners hier, daar projecten rond wou opzetten. Nu trekt een conciërge door de wijk: wie heeft hulp nodig, wie wil helpen?”
Zijn ook de jongeren aan zet?
Met al die vrolijke activiteiten is slotevent Bureluren een paradijs voor de jeugd uit de wijk. Kroonmolen aan Zet richt zich niet specifiek naar kinderen en jongeren. Hadden ze voldoende inspraak in dit participatietraject?
Jongeren hadden vooral een stem in de bevraging. “Toen bleek dat de populatie jongeren tussen 12 en 18 jaar ondervertegenwoordigd was, schakelde Seppe de scholen in”, vertelt Broederschool-directeur Kristof. “Leerlingen uit de wijk werden hier op school geïnterviewd, een van onze studenten werd verkozen in het wijkpanel.” Luisterend Oor Christine herinnert zich: “Een 14-jarige jongen zei dat hij meer op straat wilde kunnen spelen. Anderen droomden van een plek om gewoon samen te zijn. De Proef-plekken spelen daar gelukkig op in.”
“De hele buurt, jong en oud, is gevraagd voor het wijkpanel”, vertelt Hedwig. “Maar op de eerste vergadering tekenden vooral volwassenen present. Een paar jongeren kwamen wel aan bod en deelden hun idee. Een divers publiek aantrekken bleek moeilijker dan gedacht.” Seppe deelt die gedachte: “Als facilitator creëerden we een vertrouwensband tussen bewoners, partners en stadsdiensten. Wie specifieke doelgroepen wil bereiken, heeft iemand nodig die zich op die groepen toelegt, of een partner die de brug kan maken.”
voetbaltornooi op het KroonmolenpleinMisschien kan jeugdcentrum De Gemeenschap die partnerrol opnemen. Jeugdwerker Nabil organiseert tijdens Bureluren een voetbaltoernooi op het Kroonmolenplein. “Ik liep hier zelf school. Veel jongeren in de wijk hebben een migratieachtergrond. In het jeugdcentrum werken we aan zelfvertrouwen en respect. Nu willen we onze werking ook hier verankeren. Bureluren is ideaal om ons voor te stellen aan de wijk.”
Seppe Van Bogaert“Specifieke doelgroepen vragen specifieke aandacht. Bouw vertrouwen op in hun leefwereld, ga met je voeten in de klei staan en stel iemand aan die daar tijd voor heeft.”
Wat kunnen steden en gemeenten leren van Kroonmolen aan Zet?
De conclusie van Seppe: “Een warme wijk ontstaat niet vanzelf. Ze vraagt om een doordachte aanpak waarin procesregie, stakeholderverbinding en nabijheid even belangrijk zijn als fysieke ingrepen.”







